Ik had gewoon op het pijltje omhoog moeten drukken. De afstandsbediening van de buren blijft één van de meest onlogische uitvindingen van de moderne technologie. Het pijltje omhoog brengt me bij de film waar ik al een half uur naar zocht en nu is hij zonder mij begonnen.
De bank van de buren voelt anders vandaag. Zowel buiten als boven op de kamer van mijn kleine buurmeisje is het stil. Angstaanjagend stil. Zelfs zo stil dat ik naar de trap loop om te luisteren of alles wel goed gaat. Ik hoor niets. Elke oppas zou zich gelukkig prijzen, maar het beangstigd me. Zachtjes loop ik de trap op, vlak voor haar deur stop ik. Als ik de deur op een kier zet, lijkt het piepende geluid alle stiltes te doorbreken. Alsof er tien nagels over een schoolbord krassen. Angstig kijk ik richting mijn buurmeisje, die zachtjes door blijft ademen.
Op mijn tenen sluip ik de trap af, wat haal ik ook in mijn hoofd. Halverwege de trap blijf ik staan. Een steeds groter wordende gedaante verduisterd de hal. Ik sta op een te steile trap en kan niet naar boven en durf niet naar beneden. Dan gaat de telefoon, weer een alles verdovend geluid. Van schrik sla ik de laatste drie treden over en beland op de koude vloer van de hal. Lichtelijk buiten adem bereik ik de telefoon en hoor dan de vertrouwde stem van mijn moeder. Elke spier in mijn lichaam ontspant zich bij het horen van haar stem.
Dan gaat de deurbel. Het blijkt de overbuurman te zijn ...