woensdag 7 april 2010

Uitbarsting

Ik moet het toch maar even van me afschrijven, want ik ben zo gigantisch, uitbundig vrolijk! Het is bijna eng, want ik zit middenin de toetsweek en ben zo verkouden als drie apen. Maar toch heb ik steeds de drang om keihard de trap op het neer te lopen, buiten met de vogels mee te fluiten en de muziek nog harder te zetten. Als je je zo voelt, dan kan je gewoon niet in de Jip en Janneke vorm schrijven.

Op zo'n moment vliegen je vingers dan wel over het toetsenbord heen, maar eigenlijk weet je helemaal niet wat je moet schrijven. Alleen die enorme boost energie, die nu in mij schult, moet er toch op een manier uit. Diana schrijft over een hoela-hoep hype in Amerika, die mij niet aanspreekt.

Ik ga zingen, One Two Three, Are you gonna be Girl. Ik spring door de kamer en voel elke zenuw in mijn lijf. Ik schreeuw de tekst mee en spreek de helft van de woorden vekeerd uit. Dit voelt goehoed.

Ergens is het toch maar goed dat ik alleen thuis ben.

woensdag 17 maart 2010

Stilte

Ik had gewoon op het pijltje omhoog moeten drukken. De afstandsbediening van de buren blijft één van de meest onlogische uitvindingen van de moderne technologie. Het pijltje omhoog brengt me bij de film waar ik al een half uur naar zocht en nu is hij zonder mij begonnen.

De bank van de buren voelt anders vandaag. Zowel buiten als boven op de kamer van mijn kleine buurmeisje is het stil. Angstaanjagend stil. Zelfs zo stil dat ik naar de trap loop om te luisteren of alles wel goed gaat. Ik hoor niets. Elke oppas zou zich gelukkig prijzen, maar het beangstigd me. Zachtjes loop ik de trap op, vlak voor haar deur stop ik. Als ik de deur op een kier zet, lijkt het piepende geluid alle stiltes te doorbreken. Alsof er tien nagels over een schoolbord krassen. Angstig kijk ik richting mijn buurmeisje, die zachtjes door blijft ademen.

Op mijn tenen sluip ik de trap af, wat haal ik ook in mijn hoofd. Halverwege de trap blijf ik staan. Een steeds groter wordende gedaante verduisterd de hal. Ik sta op een te steile trap en kan niet naar boven en durf niet naar beneden. Dan gaat de telefoon, weer een alles verdovend geluid. Van schrik sla ik de laatste drie treden over en beland op de koude vloer van de hal. Lichtelijk buiten adem bereik ik de telefoon en hoor dan de vertrouwde stem van mijn moeder. Elke spier in mijn lichaam ontspant zich bij het horen van haar stem.

Dan gaat de deurbel. Het blijkt de overbuurman te zijn ...

zondag 14 februari 2010

Illusie

Gespannen stond ze daar aan de start. De rechter schaats was goed in het ijs geschopt en ze stond doodstil. Bam. Het startschot werd gelost en daar ging ze. De start had niet beter gekund en ze ging. Ze ging hard. Slag na slag. Na de eerste bocht kwam er het besef dat ze nog minstens 30 rondjes vol moest houden. Maar op de achtergrond hoorde ze het publiek. Hard reed ze langs de oranje waas en ze hoorde hen juichen, schreeuwen, wat een aanmoediging. Ze kon hen niet teleurstellen.

Links. Rechts. Links.

Bocht na bocht ging het goed en ze ging sneller. De geluiden om haar heen vervaagden, de finish kwam in zicht. Haar tegenstander was ze allang uit het oog verloren, alleen die lijn zag ze nog voor zich. Ze ging harder.

Rechts. Links. Rechts.

Gaan.

De waas verdween nu volledig en de lijn was op nog geen meter voor haar. Haar laatste slag zou ze maken en ze zou winnen en ze zou een gouden plak binnen halen en gehuldigd worden en voor het leven bijgeschreven worden in de boeken en..

en ze werd wakker.

woensdag 27 januari 2010

Busperikelen

Ze pakte het bakje met de salade uit haar plastic tas. Ik zag dat mevrouw XL naast haar, de blik strak naar voren hield gericht. Waarschijnlijk stond mevrouw XL al enkele weken onder druk van een of ander dieet, en de aanblik van het slaatje maakte dat haar buik knorde.

Ze bestudeerde het slaatje rustig en zag dat de deksel vies was geworden in de plastic tas. Ongestoord likte zij met haar vinger de deksel schoon. Mevrouw XL haar buik rommelde, maar haar blik bleef strak naar voren gericht.

Toen de deksel grondig schoongemaakt was, viste ze het lepeltje uit het slaatje. Uitgebreid slikte zij met haar tong over het lepeltje. Een smakkend en zuigend geluid ging door de bus. Ook mevrouw XL moet dit niet zijn ontgaan, maar noch knipperde zij met haar ogen, noch week haar blik af naar het slaatje.

Zij begon nu het slaatje leeg te lepelen. Alsof het een automatisme voor haar was, bleef het lepeltje van het bakje naar de mond gaan. Inmiddels gromde de buik van mevrouw XL. Gelukkig was het bakje snel leeg gelepeld en je hoorde de hele bus een diepe zucht slaken. Inclusief de buik van mevrouw XL.

zondag 17 januari 2010

De ideale oplossing

Jip heeft Janneke alweer een tijdje niet gezien. Jip weet waarom niet, Janneke heeft twee weken terug uitgelegd dat ze toetsen moet maken. Jip begrijpt dat wel, hij mag nu twee weken lang niet met Janneke spelen. Boven zijn bed heeft hij veertien vierkantjes getekend en elke keer dat hij wakker wordt, zet hij een kruisje in een vierkantje. De vierkantjes zijn bijna allemaal vol, maar Jip verveelt zich. Wat moet hij zonder Janneke doen?

Jip kijkt naar buiten en ziet de sneeuw liggen. Moeder zegt tegen hem dat hij wel een sneeuwpop kan maken. Jip trekt zich warm aan en gaat met gezonde tegenzin naar buiten. Brrr wat is het koud! Toch begint Jip met het maken van een sneeuwpop. Wat is hij jaloers op Janneke dat ze lekker binnen zit, op haar warme slaapkamer!

Vanuit haar slaapkamerraam ziet Janneke dat Jip een sneeuwpop aan het maken is. Wat is ze jaloers op hem. Hij mag lekker buiten in de sneeuw zijn creativiteit uiten in het maken van een pop. Verlangend kijkt ze naar de steeds groter wordende bal die Jip maakt. Jip zet drie ballen op elkaar, alle drie van verschillende grootte. Boos gooit ze haar schrift door de kamer en vervloekt met tranen in haar ogen de toetsweek.

Maar wat doet Jip nu!?

Jip geeft een harde trap in de maag van zijn sneeuwpop. 'Stomme pop!' schreeuwt hij uit. 'Ik heb het koud en ik wil op de warme slaapkamer van Janneke zitten en ik wil jou niet maken!' Boos stampt hij de pop kapot en gaat naar Janneke haar huis. Daar staat Janneke al bij de deur, warm aangekleed. 'Jij mag voor mij leren en dan ga ik die sneeuwpop bouwen, Jip. Jij schrijft morgen gewoon mijn naam boven de toets en dan komt het allemaal goed!' roept Janneke blij.

vrijdag 1 januari 2010

Mag het licht uit?

Het eerste wat ze zag die morgen, waren de felle, rode cijfers van de wekkerradio. Ik ben minstens vijf uren te laat voor mijn werk, was de eerste gedachtenstroom. Ze sloot haar ogen weer en poogde haar gedachten op een rij te zetten. Dat de eerste gedachte het werk was, was opmerkelijk te noemen. Want het gebeuk van houthakkers; het gezoem van bijen en het gedraai van molens was toch moeilijk te negeren. Tussen het lawaai door bedacht ze dat ze niet hoefde te werken en de ogen bleven gesloten.

Met de hoop dat de geluiden wegbleven opende ze niet veel later weer haar ogen. Het rode licht fluoriseerde inmiddels en de kamer draaide. Ze wist dat het een lange ochtend zou worden. Het opstaanproces was lang het moeizaam maar ze doorstond het dapper. Ze wist dat ze straks mensen onder ogen moest komen. Scherpte was wat ze wilde, maar het kwam maar niet.

Wat wel scherp was, was het licht. En dat bleef zo. Om het ontnuchteringsproces in werking te stellen, besloot ze te gaan lopen. Gelukkig was ze niet de enige met opstartingsproblemen en het werd een familiewandeling. Het licht bleef fel.

Ze had bij die tweede moeten stoppen.

maandag 28 december 2009

ShouldI stay or should I go?

Het zou de avond worden.
Tweede kerstdag, de stapavond voor velen.
En als ik zeg voor velen, bedoel ik ook echt veel. Denk aan een goeie vechtscène uit Alexander en tel beide legers dan bij elkaar op, dan heb je heel veel mensen. Zoveel ongeveer.

Al deze vele mensen zochten die tweede kerstdag de discotheek op. Elk met een andere missie. Al bij de garderobe was de rij te lang. Je zag mensen twijfelen, should I stay or should I go?
Toch maar stayen, want er zijn vast anderen die zullen gaan. Niets was minder waar. Een rondje door de discotheek deed je beseffen dat iedereen had besloten te blijven en het deed jou afvragen waarom je was gebleven.

Een kleine anderhalf uur later, had je dan eindelijk voldoende witte wijn gehad. Je voelde dat de alcohol zijn werk deed en het aantal mensen werd een stuk minder. Of zag je er juist meer? Het kon je aandacht in ieder geval niet meer trekken, en je hoste mee met de grote groep mensen, ter bescherming van je voeten. Zolang je op het ritme meesprong, wist je dat ze niet op jouw voeten gingen staan.

Op het moment dat je dacht dat het de avond was, wist je niet dat het ergste nog moest komen. De busreis. Vele mensen moesten met dezelfde bus. En als ik zeg vele, dan bedoel ik ook velen. Denk aan het aantal veren dat in een kilo passen en verdubbel dat. Zoveel ongeveer. Toen de bus verscheen, drukten de velen (uit Alexander) tegen de velen (veertjes in een kilo). Als je op dat moment je voeten van de grond had gelicht, was je vast en zeker blijven hangen. Toch kwam je in de bus. Waar je je voeten tijdens het hossen had weten te beschermen, waren ze op dat moment geruïneerd.

Toch werd het de avond. Het was weer te gezellig, te laat en de volgende morgen te vroeg.